Naviculair Syndroom bij Paarden
Naviculairsyndroom, of naviculair ziektebeeld, is een veelvoorkomende oorzaak van kreupelheid aan de voorbenen bij paarden, vooral bij sportpaarden. Naviculair ziektebeeld komt voor bij alle rassen en leeftijden, maar is het meest voorkomend bij Volbloeden, Warmbloeden en Quarter Horses, meestal tussen de 4 en 15 jaar oud. Slechte hoefstand, waaronder ingekrompen hielen en kleine, vierkante hoeven, wordt vaak gezien bij paarden met naviculairsyndroom.
Het naviculaire bot is een klein, bootvormig botje, gelegen binnen de hoefcapsule, en werd historisch gezien als de oorzaak van het probleem beschouwd. Met verbeteringen in onze beeldvorming van de hoef weten we nu dat problemen kunnen ontstaan in het naviculaire bot zelf, de bursa (de gewrichtscapsule rond het bot), de diepe digitale buigpees (die over het naviculaire bot loopt), de omliggende ligamenten (collaterale en impar ligamenten) of een combinatie van deze structuren.
Om naviculair ziektebeeld te diagnosticeren, zal uw dierenarts een kreupelheidsonderzoek uitvoeren, dat mogelijk zenuw- en gewrichtsblokkades en beeldvorming omvat, vaak met röntgenfoto’s en/of MRI om de oorzaak van de pijn te lokaliseren.
Wanneer de diagnose is gesteld, kan uw dierenarts de behandelingsmogelijkheden bespreken, die waarschijnlijk bestaan uit corrigerend hoefbeslag en medicatie, met een passend oefenprogramma op maat van uw paard.
De rol van voeding ter ondersteuning van naviculair ziektebeeld
Zoals we al hebben besproken, spelen medicatie en corrigerend hoefbeslag een belangrijke rol bij de behandeling van het paard met naviculair ziektebeeld, maar voeding kan ook een ondersteunende rol vervullen. Belangrijke aandachtspunten op voedingsgebied zijn onder andere:
1. Ondersteuning van de ontstekingsremmende processen
Belangrijke ingrediënten zoals Boswellia en MSM bieden ondersteuning voor de natuurlijke ontstekingsremmende processen ter bevordering van het gewrichtscomfort. Omega-3 vetzuren, zoals die in lijnzaadolie, kunnen ook helpen bij het ondersteunen van deze ontstekingsremmende processen. Antioxidanten spelen eveneens een cruciale rol bij het verminderen van oxidatieve stress.
2. Ondersteuning van de gewrichten
Naviculair ziektebeeld beïnvloedt direct de weefsels en structuren binnen de hoef. Supplementen met belangrijke chondroprotectieve ingrediënten, zoals glucosamine en chondroïtine, kunnen de gewrichtsgezondheid ondersteunen. Collageen biedt ondersteuning aan de zachte weefsels (pezen en ligamenten).
3. Hoefgezondheid
Corrigerend hoefbeslag is essentieel voor het ondersteunen van paarden met naviculair ziektebeeld, maar daarvoor moet het paard kwalitatief hoorn kunnen laten groeien. Het is belangrijk dat het paard een uitgebalanceerd dieet krijgt met de essentiële vitaminen en mineralen, maar een hoefsupplement met biotine en belangrijke aminozuren zoals methionine kan de gezonde hoefgroei ondersteunen.
5. Uitgebalanceerd dieet voor gewichtsbeheersing
Obesitas legt extra druk op de hoeven, en als kreupelheid heeft geleid tot minder beweging, is het belangrijk dat het dieet uitgebalanceerd is zonder extra calorieën. Het is essentieel dat uw paard een uitgebalanceerd ruwvoer-gebaseerd dieet krijgt, met de benodigde vitaminen en mineralen, voor de algehele gezondheid en het welzijn.
Conclusie
Er valt nog veel te leren over naviculairsyndroom, maar interessant is dat het naviculaire apparaat dezelfde structurele aanpassingen aan mechanische belasting vertoont als het menselijke achillespeescomplex (Osborn et al, 2021) en het bestuderen van deze overeenkomsten kan onze kennis vooruit helpen.
Naviculairsyndroom kan een uitdagende aandoening zijn om te behandelen, maar een brede aanpak die passende veterinaire zorg, hoefbeslag en voedingsondersteuning omvat, kan de levenskwaliteit van getroffen paarden aanzienlijk verbeteren. Ons team van ervaren dierenartsen en voedingsdeskundigen staat klaar om uw paard en het dieet met u te bespreken.
Referenties:
Osborn et al. (2021) The Equine Navicular Apparatus as a Premier Enthesis Organ: Functional Implications. Veterinary Surgery; 50:713-728. DOI: 10.1111/vsu.13620